Interview Yvonne Kroonenberg
Zes hoog woont ze. Op steenworpafstand van het Amsterdamse Waterlooplein. Een kwispelende hond bij binnenkomst. Kakelende kippen op het balkon. Drie muizen in een kooitje. Een klok die elk uur een tropisch vogelgeluid fluit. En op het geel-bruine batiktafelkleed soest een zwarte poes op een rieten dienblad.
Benieuwd naar de rest van het interview? Klik hier
Printversie
Groeten uit Kuala Lumpur
Deze maand stuurde ik uit Kuala Lumpur een ansichtkaart naar tijdschrift Wordt Vervolgd...
Het is zondag in Kuala Lumpur en de familie Lin, etnische Chin-vluchtelingen uit Birma (Myanmar), loopt de koloniale Saint Johns Cathedral uit. Keyboardmuziek stroomt met hen en de andere Birmezen mee naar buiten. Ze zijn op weg naar een restaurantje waar ze oplos-chocolademelk met ijsblokjes gaan drinken.
Alleen de zevenjarige David sprint door de straat en maakt schietgeluiden. Zijn zusje Lucy huppelt er vrolijk achteraan. ‘In onze wijk spelen ze niet buiten’, verklaart moeder Veronica. ‘Je weet nooit of buren gaan klagen.’ Klachten kunnen leiden tot een onverwacht bezoek van RELA, een paramilitair corps van een half miljoen vrijwilligers. Groter dan het Maleisische leger. Het zijn slapende honden, die met of zonder huiszoekingsbevel restaurants, hotels en woonhuizen binnenvallen op jacht naar papierloze illegalen. De RELA heb je liever niet over de vloer als je hoopt dat je huis een tussenstation is naar de VS. Maleisië is een toevluchtsoord voor 83.000 Birmezen. Gevlucht voor repressie in hun thuisland.
Na de chocolademelk wandel ik met de familie naar het busstation. Veronica vist een pasje uit haar spijkerbroekzak. Haar vinger wijst naar de woorden ‘United Nations High Commission for Refugees’ en haar ogen vangen die van mij. ‘Deze pas is mijn leven.’ Ze stopt het officiële bewijs van haar vluchtelingenstatus weer diep in haar broekzak. Zonder de pas loopt ze het risico op arrestatie en deportatie naar Birma.
Toch verstart haar gezicht wanneer een donkerblauwe vrachtwagen de hoek om draait. Ze heeft haar leven op zak, maar ook te veel geruchten gehoord over de willekeur van RELA. De wagen verdwijnt, Veronica zucht. David schiet nog een onzichtbare vijand neer.
Printversie
Puzzelen
Wat leer je een groep vluchtelingen die voor het grootste deel ongeschoold is? Lastige vraag. Mijn digitale zoektocht bracht me op de meest uiteenlopende sites. Maar dat de tijd, maanden van het jaar en de weken in ieder geval besproken moeten worden. Daar waren zowel het Amerikaanse Ministerie van Onderwijs, de Verenigde Naties als de BBC het mee eens.
Gister was het tijd voor de maanden van het jaar. Mijn cursisten krijgen slechts een uur les per week dus per les. Dus ik beperk ik me tot weinig informatie waardoor ik hoop dat er meer blijft hangen. Binnen een kwartier hadden alle studenten het uitspreken in de juiste volgorde onder de knie. Dus tijd voor de oefeningen.
Ijverig
Een van de oefeningen was een kruiswoordraadsel. Mijn Birmese mede-docent nam ruimschoots de tijd bij het uitleggen van de oefening. Toen de cursisten aan de slag gingen, zag ik waarom. Ze hadden nog nooit een kruiswoordraadsel gezien. Maar ijverig deden ze hun best bij het invullen van die rare zwart met witte vakjes.
Ogenschijnlijk ging het goed maar toen ik naast een wat oudere mevrouw ging zitten, zag ik dat ze het idee van 1 letter per vakje toch niet helemaal door had. Secuur schreef ze alle letters zo klein mogelijk in de witte vakjes waardoor er aan het eind van het woord heel veel witte vakjes over bleven. Ook had ze niet door dat de woorden elkaar kruisten. Dus schreef ze in haar precieze meisjeshandschrift twee letters in één hokje.
Tsja, wat doe je dan. Hoe leg je aan iemand die niet kan puzzelen uit wat een kruiswoordraadsel is? Ik ga maar eens op internet zoeken. Wie weet hebben het Amerikaanse Ministerie van Onderwijs, de Verenigde Naties of de BBC nog een tip.
Printversie
Speelgoed voor speelgoedloze David
Het warenhuis Mydin is in Kuala Lumpur een begrip. Dit Wholesale emporium is een combinatie van Blokker, Zeeman en Euroland mét exotisch tintje. Afgelopen zondag bracht ik een half uur in het warenhuis door met Bernard, de leider van de gemeenschap waaraan ik Engels les geef, zijn vrouw Mary en hun 2 kinderen van zeven en vier, David en Lucy. Zij zijn politieke vluchtelingen en wonen sinds vier jaar in Kuala Lumpur. Omdat ze me gastvrij hadden getrakteerd op een Birmese lunch wilde ik hun kinderen een klein cadeautje geven.
Dus togen we naar Mydin. Onderweg vertelde Mary me dat het gezin enorm genoot van winkelen. Ze kochten nooit iets maar aan het noodgedwongen windowshoppen beleefde de familie veel plezier. ‘We brengen altijd uren door in de boekwinkel. En het is er ook altijd zo lekker koel’, zei Mary enthousiast. Wat moet dat apart zijn, dacht ik. Winkelen zonder dat je ooit iets kunt kopen. Maar de familie leek er niet onder te lijden.
I liiiike shopping
Het was voor mij een wonderlijke ervaring om te zien hoe de kleine David en Lucy het windowshoping tot een kunst hadden verheven. "I liiiike shopping", lachte David enthousiast trappelend zijn melkgebit bloot toen hij het Wholesale Emporium binnenstapte. Zijn diepbruine ogen straalden toen hij aan de hand van zijn vader geroutineerd de roltrap opstapte.
Alhoewel David, behalve een Rubbix, volledig speelgoedloos is, wist hij, net als elk ander kind, binnen vijf minuten wat hij wilde toen zijn vader vertelde dat hij een cadeautje kon uitzoeken. Een plastic arrestatieset met handboeien, een geweer en een politiebadge. Dat leek hem wel wat. “Maar is dat niet te duur”, vroeg hij bedachtzaam?
Pistool
Enthousiast rende hij even later met, het pistool, nog in de verpakking wild schietend door de gangen. Lucy hobbelde er vrolijk huppelend achteraan met het door haar uitgekozen plastic theeserviesje. En ik sloot de rij met een pedagogisch verantwoorde blokkendoos. Want alleen maar plastic rommel aanschaffen . Dat kon mijn door mijn moeder zorgvuldig met ‘speelgoed moet duurzaam zijn’ geïndoctrineerde geest niet aan.
Toen ik de familie uitzwaaide, gleden mijn gedachten naar het driejarige dochtertje van een Chinese kennis een paar kilometer verderop. Het meisje kreeg dit jaar een enorme berg pakjes op haar verjaardag. Waardoor haar ouders besloten dat ze elke dag twee cadeautjes mocht uitpakken. Ze is een maand bezig geweest met uitpakken. De wereld zit raar in elkaar.
Printversie
Een vleugje Salou in Laos
Ze staan laat op. Eten een American Breakfast en hangen vervolgen in de stapels kussens van het Vang Vieng Hostel. Daar laven ze zich aan spotgoedkoop Lao bier en gefrituurde loempiaatjes. Ze kijken naar comedyfilms en wisslen verhalen uit over andere landen die ze op hun Zuid Oost Azie trip hebben aangedaan. Tieners zijn het of begin twintigers en bezig met een haastige rugzakrondreis door Zuid Oost Azie.
Aan het eind van de middag brengen deze jongeren hun zongebruinde lichamen loom in beweging en tuigen naar de woest stromende Mekong rivier. Raften of tuben, dat zijn de opties. Als een snoer gekleurde kerstlampjes drijven ze in plastic banden de rivier af.Transport terug is niet inbegrepen. Dus een uitgelezen flaneerkans voor de tieners en vroegtwintigers.
Het zo nonchalant mogelijk blootvoets lopen op het loeihete asfalt is tot een kunst verheven door de meisjes in bikinis en piepkleine shorts en surfdudes met touwtjes om hun arm en ontblote bovenlijven. ‘The locals don’t appreciate people walking around in bikinies as much as you might think’, waarschuwt de Lonely Planet. Culturele sensitiviteit is aan deze jongeren (nog) niet besteed. Het is haast tenenkrommend om ze langs de toeristenmeukkraampjes tzien lopen waar Laotiaanse vrouwen in keurig gesteven sarongs – tot ver over de knie- op toeristen aan het wachten zijn.
Op weg naar een andere toeristenattractie van Laos: Luang Prabang zit ik in een minibusje met een Engels kopppel van begin dertig dat op wereldreis is. Knikkebollend volbrengen ze de zes uur durende rit. Hun guesthouse in Vang Vieng leek ’s middags zo vredig en mooi met uitzicht op de meanderende Mekong rivier en de bergen. En dat voor weinig geld. Maar hun enthousiasme werd ’s nachts danig getemperd. Tot vier uur ’s nachts konden ze woord voor woord meezingen met de popmuziek die een paar honderd meter verderop uit de pub schalde.
Raar plaatjse dat Vang Vieng, concluderen we eenstemmig. Vraag me af of ik er tien jaar geleden ook zo over had gedacht. Waarschijnlijk niet.
Printversie
Gokken in een moslimstaat
De Genting Highlands, een casino en pretpark is een van de toeristische hotspots in Maleisië. De weg ernaar toe is dan ook veelbelovend. Je rijdt over een in mist gehulde slingerende bergweg. De omgeving wordt steeds groener en de lucht koeler. Dan doemt er een enorm plastic namaak Doornroosje kasteel op. Het plastic kasteel zet de toon voor het gehele pretpark en casino. Overal kom je plastic namaak dingen tegen zoals een nep Eifeltoren of een Venetiaanse gondel met een pop als gondelier.
Het pretpark was een soort grote kermis met Aziatische trekjes. Een typisch voorbeeld hierbij is was met moment dat ik in de rij stond voor de gevaarlijkste attractie van het park: een achtbaan waar je liggend in moet. Een spannende attractie dus. Toen ik bijna aan de beurt was, bleef het karretje voor me steken. Het ging niet meer voor of achteruit. In Nederland zou er dan een enorme commotie ontstaan maar niet in Maleisië. De bediende bleef gewoon stoïcijns op zijn knopjes drukken in de hoop dat het karretje weer zou bewegen. Na een half uur gebeurde dit ook. De getroffenen stapten vervolgens wankelend op hun benen uit en liepen weer het pretpark in. En dat was het. Tien minuten later stapten er alweer passagiers in de karretjes.
Een grappige ervaring was de achtbaan die dwars door het overdekte winkelcentrum denderde. Toen ik naar beneden keek zag ik allerlei mensen die heerlijk van hun noodles zaten te genieten en, ook weer typisch Aziatisch, zich totaal niet leken te storen aan de enorme herrie boven hun hoofd.
Bijzonder aan het casino is dat er een mannetje in uniform voor de deur staat die controleert of je een Maleisische moslim bent of niet. Maleisië is namelijk een moslimstaat. Ruim zestig procent van de inwoners bestaat uit moslims. De regering verbiedt hen om te gokken. Moslims uit alle andere landen, zoals rijke Arabieren die de plek graag bezoeken, mogen wel een gokje wagen.
In Maleisië wonen verder veel Chinezen die geld verdienen tot een kunst hebben verheven en ontzettend van gokken houden. Achter de gokautomaten dus veel bejaarde Chinezen met witte plastic boterbakjes vol munten. Het casino zag er verder uit zoals een doorsnee Holland casino met van die duizelingwekkende felbedrukte vloerbedekking die ervoor moet zorgen dat je omhoog kijkt. Het casino had een soort Las Vegas uistraling maar je kon er wel de Maleise ‘signature dish: Nasi Lemak veroberen. Dat is in kokosmelk gedrenkte rijst met sambal, pinda’s, kip, ansjovis en komkommer.
Aparte plek dat Genting.
Printversie
Beach of Bitch club
De Beach Club is een nagebootste strandclub midden in het zakenhart van Kuala Lumpur De bar ligt aan een straat met een aantal andere Salouachtige neon verlichte bars en restaurants. Voor de ‘beach flavour’ pronkt er bij de ingang een houten visserssloep, staan er palmbomen met snoeren kerstverlichting en staan er uitsmijters die knalrode shirts dragen waarop ‘life guard’ staat.
’s Middags is de Beachclub een plek waar sandwiches met friet worden geserveerd. Maar ’s avonds staat de club bekend als de Bitch club; een bordeel dus. In buurland Thailand zijn dergelijke plekken redelijk standaard maar in Maleisië ligt dit anders; het is namelijk een strikte moslimstaat. Vorig jaar werd nog een fotomodel veroordeeld tot stokslagen omdat ze in een bar bier had gedronken.
Het eigenaardige is ook dat je als voorbijganger aan de buitenkant duidelijk kunt zien dat het een bordeel is. Ik woon vlakbij de club en als ik er ’s avonds langsloop zie ik altijd schaars geklede jonge meisjes met zware make-up op barkrukken bij de ingang zitten.
Gisteravond liep ik er voor het eerst naar binnen. Bij binnenkomst moest ik wennen aan het beeld dat ik voor me zag. Ik had nog nooit zoveel prostituees in één ruimte gezien. En ik had ook nog nooit zoveel blanke dikbuikige veertig plussers gezien die meeschreeuwden met hits als: Eye of de Tiger en The Summer of 69. Ik was de enige vrouwelijke niet-prostituee in de bar. Dit viel ook op want er kwam direct een bezoeker op me af die me vroeg of ik wist dat dit ’s avonds de Bitch club was.
Ik heb aan een paar moslimvrienden gevraagd wat zij ervan vinden dat er zo’n tent in hun stad zit. Een vertelde me dat de meeste moslims het een sinistere plek vinden en dat ze simpelweg hun ogen sluiten voor het feit dat er prostituees rondlopen. Dit lijkt trouwens ook de strategie van de regering te zijn. Prostitutie is illegaal, maar Maleisië wil een toeristenmagneet zijn. Religie komt dan even op de tweede plek.
Printversie
Grenzeloos verliefd

Het Balinese dorpje Sideman op een doorsnee dag. Een bejaard vrouwtje staat met bh-loze borsten en tandeloze mond tussen de scharrelkippen op het stoffige erf. Even verderop staat haar dochter tot haar middel in het water van het bergbeekje. Ze borstelt ijverig de vlekken uit het verlopen t-shirt in haar linkerhand. De zachte bries neemt het geluid mee van kraaiende hanen, knerpende krekels en wuivend gras.
Een idyllische plek dat Sideman. Een plaatsje dat romantische zielen doet terugverlangen naar het Nederland van voor de industriële revolutie. Een prima locatie voor gestreste dertigers om helemaal tot rust te komen. Maar geen plek om als Nederlander te gaan wonen. En dat is nu juist wat Barbara uit Zwolle wel heeft gedaan.
Flauwe grappen zijn snel gemaakt en vooroordelen alom en iedereen kent ze wel: de gefrustreerde singles die op hun backpackreis stapelverliefd worden op de lokale duikinstructeur, of gids. De desbetreffende dame wordt dan vaak omschreven als wanhopig en naïef.
De Zwolse Barbara voldoet in niets aan bovenstaande typering. Met haar zongebronsde huid, nonchalant opgestoken kastanjebruine haar en volle lach toont ze als een overtuigd levensgenieter op een spontaan geschoten vakantiekiekje.
Opgewekt en met een zweem van Noordelijke nuchterheid schetst ze in een paar minuten haar liefdesverhaal. Hoe ze de loopplank van de veerboot naar Bali afliep en haar huidige man, een havenwerker, in de armen liep. Hoe hij haar naar een paar dagen meetroonde naar zijn familie, een arm om haar heen sloeg en half grappend tegen zijn ouders zei: Met deze vrouw ga ik trouwen.”Hoe hij de daad bij het woord voegde en ze nu, met kind, al vijf jaar in Sideman woont.
Samen met haar man is Barbara een bedrijf gestart dat mozaïektegels maakt. In hoge stapels steunen de tegels tegen de muur van hun rechthoekige bakstenen huis. Barbara ontwerpt de designs voor de fleurige leistenentegeltjes. En haar man en een handjevol personeel zijn verantwoordelijk voor de productie van de tegeltjes die gretig aftrek vinden bij rijke Balinezen.
Met Barbara’s opgewekte liefdesverhaal in het achterhoofd wandel ik de laatste kilometer naar het hotel en werp een blik op keuvelende halfnaakte badende vrouwen in de loom stromende rivier. Zou Barbara ook wel eens mee badderen?
Printversie
Schijn bedriegt

“U zegt dat u het park mooi vindt. Dat kan. Ik vind het een heel gewoon park.” Zegt de taxichauffeur in een mengelmoes van Chinees-Engels en lacht zijn tandenloze mond bloot. Even daarvoor had ik hem plichtmatig verteld dat ik de Urban Jungle van het FRIM, die ik net bezocht had, prachtig vond. Ietwat verbouwereerd over zijn antwoord, bedenk ik me dat deze man een heel slechte toeristengids zou zijn.
Een wandeltocht van een paar uur door de urban jungle van het FRIM heeft ervoor gezorgd dat ik geen energie meer heb om naar het dichtstbijzijnde treinstation te lopen en daarom in de rood-wit gestreepte afgeragde taxi van deze Maleier van Chinese origine beland.
Nadat we de verplichte riedel van vragen: ‘Waar kom je vandaan, hoe lang blijf je in Maleisië en wat heb je allemaal gezien”, hebben afgewerkt, vraagt de chauffeur of ik zijn huis wil zien. Het is vlak in de buurt.
Tsja, hoe zeg je daar beleefd doch stellig nee op. Een paar minuten later scheur ik dus door een wirwar van straatjes in een buitenwijk van Kuala Lumpur. Ik ben al aan het bedenken wat zometeen een gepaste reactie is als ik in zijn huis zie. Het ziet er vast anders uit dan de gekleurde villa’s die ik net aan de rand van het park zag staan.
“Zo, dat is een grote auto.” Is het enige dat ik kan uitbrengen als we voor zijn gerestaureerde frisgeverfde bungalow staan. Onder de carpot in zijn tuin die is begroeid met een exotische weelderige plantenpracht staat een lichtgrijze SUV. De auto is van een merk dat in Nederland alleen wordt gebruikt door welgestelde inwoners van Amsterdam die hiermee graag door de te nauwe straten van de hoofdstad rijden. ‘Ben ik pas nog mee maar Camobdja gereden”, vertelt de chauffeur. Wil je mijn andere twee huizen ook nog zien?
Een taxichauffeur die 3 huizen en een SUV heeft. Dat had ik niet verwacht. Schijn bedriegt dus hier in Maleisië. Of ligt dit aan mijn cultuurgebonden percepties?
Printversie
“Somebody wants to jail me’’

“Somebody wants to jail me’’, blogte de Maleisische radio- en televisiedirecteur Ibrahim Yaha twee weken geleden wanhopig. De directeur die als bijnaam ‘Tijger’ heeft, schreef dat een medewerker van de minister president woedend was over uitlatingen op zijn blog en dreigde met gevangenisstraf.
Tijger had in zijn blog namelijk geschreven over de dood van oppositiekandidaat Teoh Beng Hock. Hock viel in juli vorig jaar dood neer na een ‘sprong’van het negen verdiepingen tellende kantoor van de Maleisische anti-corruptie commissie.
De grote vraag is of Hock zelf is gesprongen. De Maleisische regering zegt dat Hock zelfmoord pleegde omdat zijn baas wed beschuldigd van corruptie. Volgens onderzoek van een Britse patoloog is Hock echter niet zelf gesprongen. Op zijn lichaam waren sporen van marteling en wurging zichtbaar.
Aanval is de beste verdediging dacht de Maleisische regering. Dus ze stuurde politiek secretaris van minister Lim guang Eng de tergende tropenhitte in om een klacht in te dienen tegen de Tijger. De officiële aantijging luidt dat de post “Somebody wants to jail me” te liberaal is en bovendien barst van de leugens.
Maar hoe zit het dan met de vrijheid van meningsuiting in Maleisië? Daar heeft de secretaris een uitstekend antwoord op: “We respect the right to blog and freedom of expression, but not the rights to lie".
Of de Tijger binnenkort gekooid wordt, is nu de vraag die de gemoederen hier flink bezig houdt.
Printversie